Dolf Stam


Slagerij Stam aan de Raadhuisstraat in Wognum rond 1955. V.l.n.r.: Jan Stam, knecht Piet Rozendaal en Dolf Stam

6-4-1960
Bijzonderheden : Raadhuisstraat 2.


Jan Stam met vee in Schagen. V.l.n.r.: Hans Veken, Jan Stam, Wim Zuiker, onbekend, onbekend, Piet Rozendaal (knecht bij Stam), Cor Goeman (chauffeur Goverse Transport), Arie Kaier (slager Zuidermeer), Karel Kuip, Jaap Appel (slager Spanbroek), Dirk van der Zel (Oude Gouw), Jan van de Wurf (met bril, slager te Beverwijk) en Klaas Goeman (nog een chauffeur van Goverse Transport).

Zie het betreffende artikel in het boek “Tot uw dienst” uit 2014.

Het pand Raadhuisstraat 2 is vanaf het begin, omstreeks 1882, een slagerij geweest. De eerste slager was Klaas Veken. Van 1908 tot 1928 was Jan Schenk slager, na hem kwam Piet Tromp in het pand. Toen in circa 1927 de familie Stam nog in Wognum woonde, werkte Dolf Stam op 14-jarige leeftijd al bij Jan Schenk als slagersknecht. Het gezin Stam vertrok echter richting Mijdrecht en Dolf ging mee. Vader Stam verdiende daar de kost met turfsteken. De jonge Dolf ging in Mijdrecht werken bij slagerij Van Zon. Later verhuisde Dolf naar Zaandam om ook daar te werken in een slagerij. In 1939 trouwde hij met Margareta Karsten uit Spanbroek.
Op 11 mei 1943 nam Dolf Stam de slagerij van Piet Tromp aan de Raadhuisstraat over. Al snel had hij zelf wat slachtvee, daar handelde hij ook in. Als knecht werd Arie Komen in dienst genomen. Arie woonde boven de kleuterschool in het Piusgebouw naast de katholieke kerk.
Ondanks de risico’s ging Dolf in de oorlog clandestien met een motorschuit naar Ilpendam om te slachten, want er moest vlees zijn voor de slagerij. Tijdens de oorlog is Dolf met andere Wognumers opgepakt door de Duitsers. Samen met Arie Veken wist hij gelukkig in Drenthe te ontsnappen. Beiden bereikten Stavoren en stapten daar op een vissersboot waarop zij, plat liggend onder de vloer, meevoeren naar Enkhuizen. Hier kwamen ze aan wal en keerden weer terug naar Wognum.
Dolf Stam hield ook kalveren en varkens voor de slacht. Die stonden in de schuur achter de slagerij. Altijd had Stam daar wel zeugen met biggen. Een keer wierp een zeug zelfs 21 biggen. In de winter hield hij zes of zeven mestkalveren en bij verschillende particulieren en ook bij de bakker stonden zijn varkens, die onder andere gevoerd werden met brood dat niet werd verkocht. Dolf was ook veehandelaar, hij handelde voor collega-slagers in de omtrek.
Op een weiland langs de A.C. de Graafweg ten zuiden van Benningbroek had hij zo’n 75 koeien (blaarkoppen) op 32 bunder land. Zoon Jan (1940), de oudste van het gezin, was nog maar tien jaar toen hij op woensdagmiddag langs de klanten werd gestuurd om leverworst te verkopen. De prijs was 90 cent voor een worst van ongeveer 700 gram. Soms had Jan aan het eind van de rit wat leverworst over, dat verkocht hij op de terugweg voor 70 cent. Een ‘vaste klant’ stond Jan dan op te wachten om daarvan te profiteren, maar van hem moest Jan al snel niets meer hebben. Hij zei tegen die klant: ‘Dan gooi ik ze nog liever te water.’ En hij fietste snel door. Jan deed alle weken zijn ronde en toen hij een jaar of twaalf was ging hij ook vaak met een onsje biefstuk op weg naar kraamvrouwen tot in de wijde omgeving. Toen hij veertien was, ging hij vaak mee met zijn vader in de Opel Blitz koeien van het land aan de A.C. de Graafweg halen voor de slacht. Er konden drie koeien in de Opel. Als soms de derde koe met geen mogelijkheid in de auto te krijgen was, moest Jan die maar lopend naar het slachthuis aan de Van Dedemsvaartstraat in Hoorn brengen. Onderweg liep hij via de Nieuweweg om thuis bij moeder even een broodje te eten en wat te drinken. Hij zette dan de koe vast aan het hek van de Pijp, de brug over de Nieuwewegsloot. Daarna liep hij verder met de koe naar Hoorn, leverde die af bij het abattoir en ging vervolgens door naar school.
Er werd hard gewerkt door vader en zeker ook door moeder Stam om het gezin met acht kinderen – Jan, Sjaak, Dolf, Els, Ko, Kees, Peter en Trudy – te eten te geven.
Het handelen werd Jan op jonge leeftijd al geleerd door zijn vader. Zo kocht hij op z’n veertiende al de kalfjes bij boeren in de omtrek. Als er een dood lammetje op de boerderij was, kocht hij dat ook voor een kwartje. De dieren nam hij mee naar huis om ze na schooltijd te villen. Vader Dolf verkocht de velletjes voor Jan op de koemarkt in Purmerend.
Arie Komen werkte tot circa 1954 bij de familie Stam, daarna kwam Piet Roozendaal als slagersknecht in de zaak. Rond 1954 werd zelfs een filiaal gestart in Amsterdam aan de Davisstraat 34, waar Jan Appel de scepter zwaaide. In die tijd, zo vertelde Jan Stam, ging hij met de trein op en neer naar Amsterdam voor ƒ 1,80. Het ideaal van vader Dolf was dat iedere zoon een eigen slagerij zou hebben. Helaas heeft hij dat niet mogen meemaken: in 1958 stierf hij op 44-jarige leeftijd. De zaak werd door moeder Stam samen met Jan en knecht Piet Rozendaal voortgezet. In 1959 werd de zaak in Amsterdam van de hand gedaan. Jan trad in de voetsporen van zijn vader, ook de handel in vee werd voortgezet. In 1961 vertrok Piet Rozendaal, John Bing nam voor korte tijd zijn plaats in. Toen in 1963 Jan Stam uit de slagerij vertrok, kwam Dolf jr. weer thuis in de zaak. In 1964 kocht Jaap Bakker de slagerij.

In dat jaar stond er nog een grote marmeren vitrine als etalage bij het grote voorraam. Lange tijd werd er geslacht op maandagmorgen en dinsdag hingen dan de halve varkens aan de haken langs de kant tentoongesteld voordat ze werden klein gesneden en verdeeld. Later kwam er een gekoelde toonbank voor de vleeswaren.
Vanaf 1964 tot 1969 was Jaap Bakker slager in het pand aan de Raadhuisstraat. In die tijd werkte Jan Koeleman uit Nibbixwoud als slagersknecht bij Bakker. Jan had al de nodige ervaring opgedaan bij slagerij Paauw in Hoorn, slagerij Wever in Waarland en slagerij N. Koeleman in ’t Zand. Jan wilde graag zelf een slagerij beginnen. Toen Jaap Bakker liet doorschemeren dat hij de slagerij wel van de hand wilde doen, zag Jan dan ook zijn kans schoon. Hij wilde de slagerij met woning en al kopen. Jan had al vier jaar verkering met Tiny Kok, ze trouwden en gingen op 1 juni 1969 het avontuur aan.
Na wat moderniseren ging hun zaak op 1 juli open. Er was in de eerste tien jaar veel ‘uitbreng’, zelfs naar Zwaagdijk tot de Van der Deureweg aan toe. Ook naar klanten in de Leekermeer, Baarsdorpermeer, Zuidermeer en Spierdijk, Noordermeer, Grote en Kleine Zomerdijk, Wadway en de A.C. de Graafweg. De klanten werden zeker twee maal per week bezocht, eerst rondvragen en later bezorgen. Soms moest de knecht tien dagen lang één ons biefstuk bezorgen bij een kraamvrouw. De meeste klanten betaalden alle zaterdagen, sommige lieten het opschrijven en waren altijd achter met betalen. Je had klanten om de week en andere om de maand. Protestants en katholiek waren ook bepalend voor de klantenkring.
Tot 1985 runden Jan en Tiny de zaak. In dat jaar werd de slagerij verplaatst naar de Vezo-supermarkt in De Boogerd. Het pand aan de Raadhuisstraat werd verbouwd en tot woning ingericht. De worstmakerij en rokerij bleven echter in bedrijf tot 31 december 1998.

Een anekdote verteld door Jan Koeleman.
Slager Bakker had het toenmalige zusterhuis Sint Agnes om de maand als klant, afwisselend met slager Deugd. Nou gebeurde het wel eens dat de nieuwe maand op zondag inging. Dan belde hij vrijdag de keukenzuster op met de vraag of zij de bestelling al kon doorgeven want de maand voor slager Deugd was immers om. Dat deed zuster en handenwrijvend maakte Jaap Bakker de grote bestelling klaar. Die zou zaterdagmorgen gebracht worden door de knecht. Maar toen op zaterdagmorgen de andere slager ook vroeg of zuster de bestelling door kon geven, werd slager Bakker weer gebeld. Zuster wees hem op het feit dat de nieuwe maand pas op zondag inging en zijn bestelling werd geannuleerd. Dit natuurlijk tot woede van Jaap Bakker.

ca. 1955
Bijzonderheden : Foto genomen midden jaren 50.
Hier wordt voor het toenmalige gemeentehuis de nieuwe brandweerauto door burgemeester Commandeur aan Brandweercommandant Arie Bakker “overhandigd”.
Verdere namen zijn onbekend maar het zullen waarschijnlijk allemaal middenstanders zijn omdat die meestal bij de brandweer zaten aangezien zij meestal op het dorp waren.
Ja, de meeste mannen waren middenstanders inderdaad!
We herkennen staand vlnr: Dolf Stam (slager), onbekend (………Beerepoot uit de Lindenlaan?), Dhr Mooij (elektricien), Arie Bakker (kruidenier), Dhr Stam (cafe-houder); Burgemeester Commandeur, Johan Kuiper (elektricien-timmerman), Cor Feller (fruitkweker), onbekend.
En staand op de wagen: Dhr. Van Leeuwen, Arie Veken (groenteboer); Dhr Broekhuyzen (koster Hervormde Kerk)